vrijdag 25 april 2014

Te kust en te keurmerk

Er zijn er meer dan genoeg: keurmerken. Op het gebied van duurzaamheid alleen al 170! Ze zeggen weinig over het product zelf. Het toezicht is regelmatig ondermaats en wordt niet altijd uitgevoerd door onafhankelijke toetsingsinstanties. Bovendien is er soms regelrecht sprake van nepkeurmerken.

Nu is duurzaamheid toch al een containerbegrip. Als bestuursvoorzitter van de Stichting OCF 2.0 werd ik onlangs gevraagd eens te kijken naar de opzet voor een zogenaamde Green Economy Index (GEI). Deze index biedt aan bedrijven nieuwe kennis over duurzaamheid en fungeert als een instrument om 'beter te vergroenen'. GEI moet leiden tot duurzaamheidslabels en certificaten waarmee de sociale en omgevingsimpact van een bedrijf eenduidig en duidelijk in kaart kan worden gebracht met onafhankelijke maar wel objectief meetbare maatstaven. Bijvoorbeeld: grondstofverbruik, energieverbruik en CO2-belasting van het delven van grondstoffen, van het productieproces, transport en het afvoeren en verwerken van een product aan het einde van de levenscyclus. Maar een zuivere vergelijking is in de praktijk lastig omdat informatie vaak ontbreekt.

Hoe meer keurmerken, hoe groter het probleem. Met het grote aantal nietszeggende duurzaamheidslogo's op voedingsmiddelen weten consumenten niet meer waar ze aan toe zijn en verliezen de serieuze keurmerken aan zeggingskracht. Minister Ploumen wil daarom orde in deze chaos en per productgroep maar één keurmerk. Maar er is uitkomst. Op hun speciale website www.keurmerkenwijzer.nl brengt Milieu Centraal enig licht in het woud van keurmerken.

Een goed keurmerk controleert ook op risico’s en schenkt klare wijn. Maar het is helemaal niet zo gemakkelijk met risico’s om te gaan. Sterker nog: een mooie studie van Aon laat zien dat bedrijven steeds minder aandacht voor risico’s hebben. Verklaring: het blijft lastig om grote risico's te identificeren en te managen.

Dat geldt ook voor Miele. Begin deze maand was ik bij hun wasmachinefabriek in Gütersloh. Miele produceert per dag alleen al 3500 wasmachines en is er trots op dat ze meer dan 80% van de onderdelen zelf produceren. Ze vergelijken zich vaak met de automobielindustrie waar meer dan 80% wordt uitbesteed. Onder het motto ‘immer besser’, dat overigens al meer dan honderd jaar bestaat, wordt gewerkt aan het leveren van kwalitatief hoogwaardige apparatuur. Daarvoor wordt op verschillende plekken in het proces een 100% tussencontrole uitgevoerd en helemaal aan het eind een 100% eindcontrole. Dat leidt alsnog tot een initiële afkeur van enkele procenten. Dat is in de automobielindustrie toch anders. Daar ligt het niveau van afwijkingen op parts per million. Het kan altijd beter.

Het is daarom ook dat Miele verschillende modernere productielijnen installeert - processen waarin de kwaliteitsmanager een belangrijke rol speelt. Deze moet dan wel het verbeterproces snappen en het leerproces kunnen inrichten. De kwaliteitsmanager is de regisseur van een kleinschalige leeraanpak, met kleine veranderingen, maar wel elke dag en continu, bij alle medewerkers van hoog tot laag. Dan creëer je ook de juiste cultuur om je continu aan te passen en de concurrentie voor te blijven: immer besser en geen genoegen met minder.
Miele werkt ook aan energiezuinige machines. Verschillende voldoen aan het A+++ label, een prijzenswaardig groen initiatief. Alleen Gunter Pauli vindt dat niet ver genoeg gaan. Hij pleit voor de blauwe economie. Blauw omdat de aarde een blauw stipje is als je haar vanuit de ruimte bekijkt. Volgens Pauli is ons echte probleem, dat we ons afval verspillen. Geen enkel lid van een ecosysteem heeft namelijk fossiele brandstof of een aansluiting op een elektriciteitsnet nodig om output te realiseren. Dat moeten we technisch kunnen nabootsen. Nu al kunnen mobiele telefoons zonder batterij werken. De druk van de stem kan namelijk worden omgevormd tot elektriciteit. Je kunt ook elektriciteit maken van het temperatuurverschil tussen je oor en het materiaal van de telefoon.


Daar ligt de toekomst! Laten we het woord duurzaam maar niet meer gebruiken. Sterker zelfs, we wantrouwen duurzame claims massaal. Want het samengaan van hybride SUV’s en duurzaamheid is een sprookje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten