maandag 26 december 2016

Kwaliteitsmanagement in de circulaire economie?

Eén van mijn ooms had een slijterij. Daar verkocht hij ook bier van het merk met mijn initialen. Achter de slijterij stond een schuur voor retourflessen in kratten. Niet vreemd, want beugelflessen waren prijzig. Op een dag kwamen er jongens uit het dorp met een partij lege kratten aanzetten. Dat leverde flink wat statiegeld op. Niet lang daarna kwamen ze weer binnen met een partij en vertrokken weer met statiegeld. Mijn oom bracht de geretourneerde kratten naar zijn schuur en liep pardoes tegen de jongens op. Ze wilden hun lucratieve recyclingtruc herhalen.

Recyclen brengt geld op. Niets nieuws onder de zon. Onze regering wil dat Nederland in 2050 voor 100% circulair is. Om uiteenlopende redenen: vanwege een explosieve vraag naar grondstoffen, de toenemende grondstofafhankelijkheid van andere landen en de klimaatveranderingen. Maar het biedt ook economische kansen en is goed voor onze volksgezondheid en het milieu.

Onlangs was ik bij de AVR Duiven, de afvalenergiecentrale. Daar zetten ze afval om in warmte, elektriciteit en grondstoffen. Zo wordt bodemas uit de oven omgezet in straatsteen. Volledige afvalscheiding kan technisch wel, maar is te duur. Daarom is verbranden het enige alternatief. Ander voorbeeld is het Mission Zero-beleid van het beursgenoteerde Interface. Doel is tapijttegels produceren uit oude tapijten en afgedankte visnetten. Dat vertelde CEO Rob Boogaard me. Het bedrijf ontwikkelde daarvoor het ‘Net-Works’–initiatief voor inzameling van afgedankte visnetten tegen een faire beloning.

In de natuur worden materialen continu hergebruikt en opgewaardeerd. Niets gaat verloren. Bij Interface bootsen ze dit na. Zij recyclen nu al meer dan 50% van hun grondstoffen. De aanpak van AVR (verbranden) staat op de één na laagste trede van de Ladder van Lansink. Of dat op termijn houdbaar is, is de vraag. Hoe hoger op de ladder, des te meer kans.



Dat is ook wat het domein van de kwaliteitsmanager raakt: het beheersen en verbeteren van de ontwikkeling en de productie van biobased materialen en recyclebare producten, duurzame supply chains en smart logistics. Voorlopig is er daarom nog werk genoeg. Als we maar niet zo doen als die jongens met hun recyclingtruc. Daar heeft mijn oom overigens snel een einde aan gemaakt.

maandag 11 juli 2016

Over Britse ratten, een schip en de context


Eén van de redenen van de Brexit is dat Groot Brittannië jaarlijks bijna 5,5 miljard euro netto moet afdragen aan de EU. Dat is iets meer dan het dubbele van wat wij betalen.
Na de Brexit is echter in één klap wereldwijd op de beurzen zo’n 3 biljoen dollar (3000 Miljard) verdampt en het pond kelderde naar een dieptepunt. Met dat geld hadden de Britten bijna 550 jaar EU-lidmaatschap aan de EU kunnen financieren. Als ze gewild hadden. Maar dat wilden ze niet. Met een nipte meerderheid verkoos de burger om de EU te verlaten dankzij de briljante mediacampagnes van de ‘helden’ Boris Johnson en Nigel Farage die strategisch gezien net zo helder onderbouwd waren als het bijgaande Brexitplan op het bierviltje. Maar deze helden lijken spijt te hebben. Grote spijt. Want beiden trokken zich totaal onverwacht terug. 
De één na overleg met zijn collega’s en ’Ik kan deze persoon niet zijn’, en de ander met als reden ‘Ik wil mijn leven terug’. Het lijkt er echter eerder op dat ze als ratten het zinkende schip hebben verlaten. Rare jongens die Britten: een slecht schip bouwen en dan niet de verantwoordelijk nemen om af te maken waar ze aan begonnen zijn . 

Leugentjes om bestwil
Duidelijk is wel dat er in de campagnes van de heren hele en halve onwaarheden zijn verteld. Je zou ze leugentjes om bestwil kunnen noemen. Interessant is de vraag: hoe heeft dit zo kunnen ontstaan? Even los van de in de pers breed uitgemeten kostschoolmentaliteit, speelt hierin ook de machtspositie waarschijnlijk een belangrijke rol: macht verandert de menselijke psyche (nieuwsbericht Twee manieren waarop macht corrumpeert). Personen met macht zijn eerder onbeleefd en geneigd tot leugens en vals spelen. Ze stappen daarmee in valkuilen met alle gevolgen van dien. Daar is wel wat aan te doen. Bewustzijn van de context waarin zich alles afspeelt en daarmee gevoel met de realiteit behouden, alsook het ontwikkelen van empathie, helpt de valkuilen te vermijden. Daar moet je wel een goede hofnar voor hebben om je bij de les te houden.

Context en empathie (voor relevante stakeholders) staat ook hoog op de agenda van ISO 9001:2015. Je mag toch hopen dat de kwaliteitsmanager meer invloed heeft op de directie dan de politieke adviseurs op Johnson en Farage. Maar gelukkig wonen we in Nederland en hebben een behoorlijke traditie met het bouwen van zeewaardige schepen.

woensdag 23 december 2015

Het akkoord is dood, leve het akkoord!



Zegt Kyoto u nog iets? Dat was de Japanse stad waar in 1997 het eerste klimaatverdrag is gesloten met als hoofddoel het terugdringen van broeikasgassen. Dit verdrag liep tot 2012. Na Kyoto waren er jaarlijks conferenties waaronder de roemruchte van Kopenhagen in 2009. Deze was een groot fiasco omdat lang niet iedereen zich aansloot, met name de VS en China niet. Europa ondertekende het verdrag pas in 2002 en Australië in 2007.
De jongste klimaatconferentie op 30 november in Parijs was de zoveelste ultieme poging om wereldwijd op één lijn te komen. De gevolgen van de opwarming van de aarde worden niet meer in twijfel getrokken - en het wonder geschiedde: de 195 deelnemers sloten een bindend akkoord! ‘Het akkoord is dood, leve het akkoord!’, juichten alle landen.

Mooi dat er een gedragen besluit is bereikt, maar binnenkort komt het moment van de waarheid, de ratificatie in elk land afzonderlijk! Net als na Kyoto is het afwachten hoe de landen reageren.
Goede voornemens genoeg. Alleen zullen ze na de jaarwisseling ook vorm en inhoud moeten krijgen. En zowel u als ik weten hoe het vaak met goede voornemens gaat.
Tegelijk hoeven we het niet aan de regeringen over te laten. Zelf wek ik inmiddels mijn volledige elektriciteitsbehoefte met zonnepanelen op. Misschien brengt het je op een idee. En anders misschien wel het inspirerende boek Nieuwe Business Modellen – Een verzameling duurzame columns 2015, speciaal voor deze kerstvakantie.

Fijne Feestdagen en een bijzonder duurzaam 2016!

Gerard Berendsen

PS Hieronder een bloemlezing van de euforische reacties van onze volksvertegenwoordigers op het klimaatakkoord van Parijs:
●    Mark Rutte: het historisch klimaatakkoord is goed nieuws voor Nederland, voor Europa en voor wereld.
●    Staatssecretaris Sharon Dijksma: 12 december is de dag dat we groene historie schrijven. We hebben onze kinderen en kleinkinderen een grote dienst bewezen.
●    John Kerry, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken: Dit is een overwinning van de hele planeet en pure winst voor komende generaties.
●    President Obama: de beste kans om de enige planeet die we hebben te redden.
●    Vroegere vice-president Al Gore: Over vele jaren zullen onze kleinkinderen terugdenken aan 12 december 2015 als de dag waarop de internationale gemeenschap eindelijk besloot tot daden over te gaan.
●    IMF-chef Christine Lagarde roemde ook de mijlpaal die volgens haar in Parijs is bereikt. De regeringen in de hele wereld moeten volgens haar nu woorden in daden gaan omzetten. Ze vroeg speciaal aandacht voor het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen en het investeren in nieuwe energie-technologie.
●    Britse premier David Cameron: Deze generatie heeft belangrijke stappen gezet om onze kinderen en kleinkinderen te tonen dat wij de toekomst van onze planeet hebben zeker gesteld.
●    De Braziliaanse milieuminister Izabella Teixeira: het is mogelijk om met alle landen samen te komen en hand in hand te vechten tegen klimaatverandering.
●    Jan Vos, Tweede Kamerlid voor de PvdA: Het klimaatakkoord in Parijs is een grote stap in de juiste richting. Maar er moet nog onvoorstelbaar veel meer gedaan worden om CO2-uitstoot aan te pakken en een volledig duurzame toekomst veilig te stellen.
●    D66 Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven: Vandaag kunnen we vieren dat er een historisch akkoord is afgesloten, maar het echte werk begint morgen. De woorden moeten worden omgezet in daden.
●    Voorman GroenLinks Jesse Klaver: de uitkomsten gaan de wereld veranderen en het is de grootste stap vooruit op klimaatgebied in twintig jaar.
●    CDA Tweede Kamerlid Agnes Mulder: Het CDA onder de indruk is van dit belangrijke resultaat, een aanzienlijke stap in het bereiken van een meer duurzame samenleving.
●    Tweede Kamerlid ChristenUnie Carla Dik-Faber, zegt dat met de maatregelen voor een temperatuurstijging van maximaal 1,5 graden Celsius het einde van het fossiele tijdperk in zicht is. Het Kamerlid pleit daarnaast voor het openbreken van het Nederlandse Energieakkoord om de eigen doelstellingen te halen. ‘Ik hoop dat we daar in Nederland dezelfde urgentie over voelen als de afgelopen weken in Parijs’.

●    Gerard Berendsen, voorzitter OCF 2.0: Mooi dat er een gedragen besluit is bereikt, maar nu volgt nog het moment van waarheid, de ratificatie in elk land afzonderlijk en dat is echt nog kiek’n wat’t wo’t.

dinsdag 3 november 2015

Marshmallow-test

Onze maatschappij kan niet draaien zonder tijdsbesef. Veel zou in het honderd lopen. Maar tijdsbesef is betrekkelijk. Stelt u zich deze situatie eens voor. Er komt een man naar u toe met een heel bijzonder aanbod. "U kunt nu meteen deze prachtige dieselauto meenemen die voor u staat." De spiksplinternieuwe wagen is luxe uitgevoerd en kost zo'n 30.000 euro. U neemt de sleutels aan. Maar net op het moment dat u wilt instappen, roept de man: “Wacht even. Ik heb misschien nog een beter aanbod. Ik laat deze auto hier staan. Als ik over een jaar terugkom en er is door niemand mee gereden, dan ruil ik hem in voor een nieuwe, volledig elektrische auto met dezelfde rijprestaties als deze, maar twee keer zo ruim en twee keer zo duur, dus 60.000 euro. Als u wel in de diesel hebt gereden, blijft deze gewoon van u. Dat is de deal.” De man vertrekt en laat u met de diesel achter. Wat gaat u doen? Wacht u een jaar of niet? Even voor de duidelijkheid: het betreft géén VW. Wellicht dat dat uw besluit vergemakkelijkt?

Eenzelfde soort test deed Walter Mischel met kinderen van 4 tot 5 jaar. Maar dan met marshmallows. Op YouTube zijn daarover leuke, aandoenlijke filmpjes te vinden (zoek op Stanford Marshmallow Experiment). Leuk als u kijkt, maar niet vergeten hier weer terug te komen voor de rest van de column.
Het experiment gaat zo. Kinderen krijgen een bordje met een marshmallow voor hun neus. Een begeleider zegt dat zij even weg moet, maar zo weer terugkomt. Als de marshmallow er nog ligt bij terugkomst, krijgt het kind er een tweede bij. Het kind mag de marshmallow wel opeten, maar krijgt dan geen tweede. Wat bleek? Zo’n twee derde kon de verleiding niet weerstaan.
Nog spectaculairder waren de resultaten van het vervolgonderzoek. De testkandidaatjes zijn gedurende hun leven gevolgd en daaruit bleek dat degenen die langer konden wachten uiteindelijk hogere opleidingen en betere loopbaanperspectieven hadden en gezonder leefden. Conclusie: het in staat zijn om te kunnen investeren in doelen op langere termijn, leidt doorgaans tot grotere beloningen. En twee derde van ons hebben daar heel veel moeite mee, zij willen het allemaal hier én nu!

Dat is waarom het realiseren van klimaatdoelstellingen en andere sociale en duurzame oplossingen zo lastig is. Het perspectief van een gezonde aarde op lange termijn werkt niet, omdat veel mensen daar niet op kunnen wachten. En al helemaal niet als de volgende generaties na ons er pas de voordelen van ondervinden. Ik ben benieuwd hoe de medewerkers van VW de test zouden doorstaan. De oplossing? Werk alleen aan langetermijndoelen via concrete mijlpalen op de korte termijn. Een voorbeeld is het bedrijf I_Did_Slow_Fashion_Movement dat overstock en restpartijen uit de mode herontwerpt tot nieuwe trendy collecties. Tegelijkertijd leidt het bedrijf vakmensen op. De cursisten 'betalen' in de vorm van uren. Het langetermijndoel is een oplossing creëren voor grondstoffen en voor de in Nederland problematische arbeidsmarkt voor mensen met een achterstand. Op de korte termijn worden mooie trendy en verantwoorde producten aangeboden. Een prachtig voorbeeld van een nieuw businessmodel, waarbij sociale, ecologische en economische waarden tot stand komen en het bedrijf zich niet alleen op louter financiële waarden en klantwaarden richt.


En.... wat doet u? Gaat u rijden met de diesel of wacht u op die elektrische auto?

zaterdag 20 juni 2015

Met de wind mee... of zoiets



Een dagje Callantsoog. Dat was vroeger het jaarlijkse hoogtepunt van onze zomervakantie. Heel voortvarend, want veel mensen kwamen het dorp niet eens uit. Eén dag ligt me nog vers in het geheugen. Mijn jongste broer van vier was zoek en ik herinner me nog de paniek in de ogen van mijn ouders. ‘Kinderen lopen altijd met de wind mee’, waren de geruststellende woorden van de strandwacht. Na een uur zoeken bleek dat hij gelijk had. De wind stond richting Den Helder en mijn broertje was inderdaad die kant op gegaan. Iemand had hem opgemerkt en teruggebracht. Wat een opluchting! Vooral toen hij volkomen serieus vertelde dat een man met een hele grote bezem hem achternagezeten had. Op het strand, jazeker.

Recent was ik bij een bedrijf dat een aantal jaren geleden bekend stond om hun World Class Manufacturing niveau. Daar was alleen de klad in gekomen. Ervaren medewerkers waren vertrokken en nieuw aangetrokken leidinggevenden gaven meer directief leiding. Zij zagen verbetervoorstellen al snel als kritiek. Het aantal fouten was daardoor toegenomen en klanten waren not amused. Voorheen mondige medewerkers met hart voor de zaak, hielden nu wijselijk hun mond. Ze liepen met de wind mee om begrijpelijke redenen.

Perschef van de FIFA, Walter de Gregorio, hield de FIFA vlak voor de verkiezingen nog professioneel uit de wind tijdens een persconferentie over de omkoopschandalen. Maar vorige week legde hij zijn functie plotseling neer. De Gregorio had de dag ervoor in een talkshow de volgende mop verteld: ‘De voorzitter van de FIFA, de secretaris-generaal en het hoofd communicatie zitten met zijn drieën in een auto. Wie rijdt?........ De politie.’ En daarmee ging hij recht tegen de wind in.

Tijdens het Business Improvement Event 2015 van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement werd duidelijk dat vertrouwen en samenwerking niet alleen de basis zijn voor operational excellence in de industrie, maar ook in zakelijke diensten. De genomineerden Patrick de Boer (Ubbink), Esther Jongeneel (Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond) en Benno Schreurs (Asco Controls) benadrukten het belang van communicatie, maatwerk en mensgerichtheid om cultuurverandering en prestatieverbetering tot stand te brengen bij bestaande systemen. Daar zijn eigenzinnige professionals met lef voor nodig, die tegen de wind in durven te gaan. Patrick de Boer werd verkozen tot Business Improvement Manager 2015. Hij had zijn rol bij Ubbink in vier jaar tijd zien veranderen van initiator met regelmatig tegenwind, tot facilitator ‘met de wind mee’. En dat hoopt hij vol te houden. Als de wind tenminste uit de goede richting blijft waaien. Anders moet hij er toch maar weer recht tegenin gaan.

zaterdag 20 december 2014

De Stresstest getest?

Naast de parkeerautomaat trok een man zijn regenjas uit en legde deze op de achterbank van zijn auto. Het viel mij op omdat het donker, nat en koud was. De man deed een reflecterend hesje aan waardoor hij in het half duister oplichtte als een kerstster. Terwijl ik een kaartje kocht, viel me op dat zijn band plat was. Alsof hij mijn gedachte raadde, zei hij: ‘Je staat hier wel veilig hoor. Hij is niet lek gestoken'. Een hele geruststelling, want mijn auto zou er minstens drie uur staan zonder toezicht. Ik heb het maar geriskeerd. Vreemd eigenlijk dat ik aan het risico dacht. Eerlijk gezegd sta ik daar niet vaak bij stil. U wel?
Veel mensen zijn beroepsmatig dagelijks met risico's bezig. Ook bij banken. Recent mocht ik een paneldiscussie leiden over risicomanagement met onder meer SNS Reaal en de Belastingdienst. SNS Reaal is sinds februari 2013 volledig eigendom van de Nederlandse Staat. De Belastingdienst al veel langer. Beide haalden de afgelopen tijd regelmatig de pers, SNS vanwege aanhoudende negatieve bedrijfsresultaten, de Belastingdienst door automatiseringsprojecten die maar niet lukken. Tijd voor strikt risico- en compliancemanagement?

Bij SNS Reaal wordt hard gewerkt aan kredietrisico’s, want als je iets uitleent, wil je toch ook (bijna) zeker weten dat je het terugkrijgt. Dat doet SNS door het systematisch en het op basis van harde indicatoren dagelijks volgen van mogelijke risico’s in hun orderportefeuilles. Onder het motto ‘meten is weten’ brengt SNS al enige tijd het betalingsgedrag van klanten in kaart. Zo krijg je van SNS automatisch een default status en vanaf dat moment ‘speciale aandacht’ als je drie maanden lang niet aan je hypotheekverplichtingen hebt voldaan. De afdeling die hiermee is belast, leidt echter aan een zekere mate van ‘klantgezwichtheid’. Het is een uitdaging om tijdens klantcontacten toch professionele distantie in acht te houden en niet voor de klant te zwichten. Harde criteria kunnen dan wel risico’s inzichtelijk maken, maar om echt resultaat te bereiken moet ook het denken van de medewerkers veranderen en dat vraagt een cultuurverandering binnen de SNS-muren.De Belastingdienst heeft ook indicatoren en formules om je betalingsgedrag te volgen, maar hanteert daarnaast steeds meer de zachte benadering. Oftewel: men zoekt de cliënt op. Misschien iets voor SNS? Stel dat een klant zijn hypotheekverplichtingen niet nakomt vanwege de aanschaf van een auto die hij hard nodig heeft. En dat de klant weet dat hij binnenkort een grote erfenis krijgt, die zijn hypotheek ver te boven gaat. Dan komt dat alleen door een goed gesprek aan het licht en niet door kille cijfers. Daar denkt SNS genuanceerder over, vanuit het principe van zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

SNS kwam in actie op basis van de nieuwe stresstest. Die test legt extra eisen op aan banken om een volgende bankencrisis te voorkomen. In 2014 zijn alle Nederlandse financiële instellingen ervoor geslaagd. Toch is de kans hoger dan 50% dat er alsnog banken omvallen, zeggen experts. De stresstest is zelf dus nog niet genoeg getest.


Nu is het onmogelijk om voor 100% in compliance te zijn met alle wettelijke en wenselijke eisen. Zeker nu de regelgeving in de financiële sector doorgeslagen lijkt. Maar het risico op omvallen van geteste banken is nog te groot, als u het mij vraagt. Ik heb zelf mijn hypotheek en een deel van mijn pensioen bij SNS Reaal ondergebracht en zou haast mijn geld weer in een oude sok stoppen. SNS zit daar niet op te wachten en zet risicomanagement dan ook bewust in om kredietrisico’s sterk te verminderen. Door het zichzelf opleggen van hoge professionele normen scheppen ze meteen ook vertrouwen bij de klant. Banken zijn er dus straks weer voor ons met passend risicomanagement.

Dit verhaal over de financiële wereld geldt in meer of mindere mate ook voor onze organisaties. Je kunt je kop natuurlijk in het zand steken. Maar je doet er beter aan te weten waar de risico’s zitten en hoe je daar het beste mee kunt omgaan zonder door te slaan. Dat staat centraal in de Masterclass Bouwen aan Compliance Excellence, waarmee KWA Bedrijfsadviseurs en TQC in het voorjaar van 2015 starten.

Toen ik na mijn afspraak overigens weer terugkwam op de parkeerplaats, waren mijn banden nog gewoon op spanning. Als ik dat niet had geriskeerd, was ik een zinvolle en leuke avond misgelopen.

donderdag 23 oktober 2014

Naar een ‘7 tot 3-mentaliteit’

Wat moet je tegenwoordig met vuursteen? Niets natuurlijk, behalve platte vuursteentjes zo vaak mogelijk over het water laten stuiteren. Veertien keer is mijn record, maar dat terzijde. Dan vroeger. Toen was vuursteen heel gewoon. Het ontstond in de tijd van de maashagedis, ruim 65 miljoen jaar geleden. Die maashagedis was zo’n 15 meter lang en had een bek waar de wolf uit Roodkapje jaloers op zou zijn. De maashagedis is aangetroffen in de ENCI-groeve in Zuid-Limburg tussen mergel en vuursteen.
Fossielen speuren in de ENCI-groeveEen teletijdmachine bestaat weliswaar niet, maar laatst waande ik mij toch in de prehistorie. Samen met Arnold Roozendaal kreeg ik een privérondleiding van Wiel Schins, voorzitter van de Nederlandse Geologische Vereniging, afdeling Limburg. We bezochten een prehistorisch mijnveld. Normaal zou je er zo aan voorbijgaan. Maar het onalledaagse verhaal van Wiel bracht het gebied tot leven.

Het mijnveld ligt in het Savelsbos ten oosten van Maastricht. In de prehistorie werd hier een paar duizend jaar voor Christus vuursteen gedolven. Het diende als grondstof voor wapens en gebruiksvoorwerpen van hoge kwaliteit, die zelfs tot in Polen werden verhandeld. De winning vond plaats in open groeven en mysterieuze mijnen. 
De laatste waren verticale trechtervormige schachten die uitlopen in een koepelvormige ruimte met vlakke bodem en horizontale nissen. Toentertijd werd zo’n 12 meter diep gegraven om op de zesde laag te komen met de juiste vuursteen. Bijzonder dat mensen dat zo lang geleden al precies wisten te vinden!
Bijzonder is ook hoe dit allemaal is ontdekt. Die schachten zijn namelijk in die duizenden jaren dicht geraakt. Toch wist men dat ze er moesten liggen.

Om ze te vinden, werd besloten om horizontaal te graven vanaf de zijkant van een heuvel. Op 6 juni 1964 startte de Werkgroep Prehistorische Vuursteenmijnbouw hiermee onder leiding van W.M. Felder. In het begin groeven ze bij het licht van
petroleumlampen en werd de aarde met kruiwagens naar buiten gebracht. Later kregen ze professioneel gereedschap. 
Elke vrijdagavond, na werktijd, werkten ze van 7 tot 3 uur ’s nachts - wat een mentaliteit. Rare jongens die Limburgers.

Wiel Schins was er zo één. Als deel van het team, was hij er vast van overtuigd dat ze de vuursteenschachten zouden vinden. En zo geschiedde. Na 8 jaar hadden ze een horizontale mijnschacht gemaakt van 140 m die een aantal oude vuurwerkmijnen had ‘aangeboord’. Wiel vertelt nog steeds bevlogen wat er door hem heenging toen hij als eerste mens sinds 5000 jaar een voet zette in een prehistorische schacht. Ook dat dat hem inspireerde om samen met Arnold het Klankbord MoeDT op te richten voor het werken aan een nieuwe samenleving waarin duurzaamheid gespeend is van vrijblijvendheid. Want hij realiseerde zich hoe afhankelijk wij zijn van de aarde en haar grondstoffen. Als die dreigen op te raken, is het de hoogste tijd om te handelen. Zij dragen dit uit met eenzelfde ‘van 7 tot 3-mentaliteit’ als aan de dag gelegd werd bij het graven.

Deze excursie maakte veel indruk op mij. En het laadde mij weer op, als voorzitter van de  Stichting Our Common Future 2.0, om onze boodschap uit te dragen. Een duurzame samenleving vraagt om nieuwe businessmodellen. En juist daarom houden wij op 13 november aanstaande in de Domkerk in Utrecht een symposium over… u raadt het al… Nieuwe Business Modellen. Het symposium is er voor u, als u een duurzaam idee tot leven wilt brengen.
We houden dan gelijk het gelijknamige boek ten doop, ontstaan op basis van crowdthinking met ruim dertig mensen. Het resultaat is een inspiratie- en werkboek van en voor mensen in deze tijd. En dat krijgt u na afloop nog mee ook. Maar veel belangrijker: dit gedachtengoed draagt bij aan het ontwikkelen van een gezonde en houdbare samenleving en een duurzame economie. Voor mensen met een van 7 tot 3-mentaliteit, misschien u?


vrijdag 25 april 2014

Te kust en te keurmerk

Er zijn er meer dan genoeg: keurmerken. Op het gebied van duurzaamheid alleen al 170! Ze zeggen weinig over het product zelf. Het toezicht is regelmatig ondermaats en wordt niet altijd uitgevoerd door onafhankelijke toetsingsinstanties. Bovendien is er soms regelrecht sprake van nepkeurmerken.

Nu is duurzaamheid toch al een containerbegrip. Als bestuursvoorzitter van de Stichting OCF 2.0 werd ik onlangs gevraagd eens te kijken naar de opzet voor een zogenaamde Green Economy Index (GEI). Deze index biedt aan bedrijven nieuwe kennis over duurzaamheid en fungeert als een instrument om 'beter te vergroenen'. GEI moet leiden tot duurzaamheidslabels en certificaten waarmee de sociale en omgevingsimpact van een bedrijf eenduidig en duidelijk in kaart kan worden gebracht met onafhankelijke maar wel objectief meetbare maatstaven. Bijvoorbeeld: grondstofverbruik, energieverbruik en CO2-belasting van het delven van grondstoffen, van het productieproces, transport en het afvoeren en verwerken van een product aan het einde van de levenscyclus. Maar een zuivere vergelijking is in de praktijk lastig omdat informatie vaak ontbreekt.

Hoe meer keurmerken, hoe groter het probleem. Met het grote aantal nietszeggende duurzaamheidslogo's op voedingsmiddelen weten consumenten niet meer waar ze aan toe zijn en verliezen de serieuze keurmerken aan zeggingskracht. Minister Ploumen wil daarom orde in deze chaos en per productgroep maar één keurmerk. Maar er is uitkomst. Op hun speciale website www.keurmerkenwijzer.nl brengt Milieu Centraal enig licht in het woud van keurmerken.

Een goed keurmerk controleert ook op risico’s en schenkt klare wijn. Maar het is helemaal niet zo gemakkelijk met risico’s om te gaan. Sterker nog: een mooie studie van Aon laat zien dat bedrijven steeds minder aandacht voor risico’s hebben. Verklaring: het blijft lastig om grote risico's te identificeren en te managen.

Dat geldt ook voor Miele. Begin deze maand was ik bij hun wasmachinefabriek in Gütersloh. Miele produceert per dag alleen al 3500 wasmachines en is er trots op dat ze meer dan 80% van de onderdelen zelf produceren. Ze vergelijken zich vaak met de automobielindustrie waar meer dan 80% wordt uitbesteed. Onder het motto ‘immer besser’, dat overigens al meer dan honderd jaar bestaat, wordt gewerkt aan het leveren van kwalitatief hoogwaardige apparatuur. Daarvoor wordt op verschillende plekken in het proces een 100% tussencontrole uitgevoerd en helemaal aan het eind een 100% eindcontrole. Dat leidt alsnog tot een initiële afkeur van enkele procenten. Dat is in de automobielindustrie toch anders. Daar ligt het niveau van afwijkingen op parts per million. Het kan altijd beter.

Het is daarom ook dat Miele verschillende modernere productielijnen installeert - processen waarin de kwaliteitsmanager een belangrijke rol speelt. Deze moet dan wel het verbeterproces snappen en het leerproces kunnen inrichten. De kwaliteitsmanager is de regisseur van een kleinschalige leeraanpak, met kleine veranderingen, maar wel elke dag en continu, bij alle medewerkers van hoog tot laag. Dan creëer je ook de juiste cultuur om je continu aan te passen en de concurrentie voor te blijven: immer besser en geen genoegen met minder.
Miele werkt ook aan energiezuinige machines. Verschillende voldoen aan het A+++ label, een prijzenswaardig groen initiatief. Alleen Gunter Pauli vindt dat niet ver genoeg gaan. Hij pleit voor de blauwe economie. Blauw omdat de aarde een blauw stipje is als je haar vanuit de ruimte bekijkt. Volgens Pauli is ons echte probleem, dat we ons afval verspillen. Geen enkel lid van een ecosysteem heeft namelijk fossiele brandstof of een aansluiting op een elektriciteitsnet nodig om output te realiseren. Dat moeten we technisch kunnen nabootsen. Nu al kunnen mobiele telefoons zonder batterij werken. De druk van de stem kan namelijk worden omgevormd tot elektriciteit. Je kunt ook elektriciteit maken van het temperatuurverschil tussen je oor en het materiaal van de telefoon.


Daar ligt de toekomst! Laten we het woord duurzaam maar niet meer gebruiken. Sterker zelfs, we wantrouwen duurzame claims massaal. Want het samengaan van hybride SUV’s en duurzaamheid is een sprookje.

donderdag 19 december 2013

Leanificatie en het jojo-effect


Tegenwoordig sta ik wat vaker op de weegschaal. De naweeën van een gecompliceerde enkelbreuk maken hardlopen onmogelijk, hoewel het revalideren me al aardig op de been heeft gebracht. Binnenkort ga ik weer vliegen. Ben benieuwd hoe ik door de veiligheidscheck kom met zoveel metaal.

Mijn eetlust is er sinds de breuk niet minder om en voor je het weet, vliegen de calorieën erop. Iedereen weet dat overgewicht gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Maar gelukkig is mijn gewicht stabiel plus of min de standaarddeviatie.

 
Ben je eenmaal te zwaar, dan is de weg terug vaak het moeilijkst. Om maar niet te spreken over het jojo-effect: je lichaam zet na een hongerperiode het eten veel efficiënter om, dus kom je ook veel sneller weer aan. Ik gebruik voor de hang naar slank zijn maar een nieuw woord: leanificatie.

In het bedrijfsleven brengt overgewicht ook de nodige risico’s met zich mee. Daarom heeft leanificatie daar zo’n hoge vlucht genomen. Al het overbodige vet moet eraf! En dat leidt soms tot forse ingrepen. Pats, het magazijn is opgeheven; voorraden zijn immers overbodig. Maar als hetzelfde product in China in bulk veel goedkoper wordt, dan boem, staat het magazijn plots weer vol met voorraad. Over het jojo-effect gesproken.

Het hebben van consequente aandacht voor lean vraagt de nodige discipline. Dat lukt vaak niet. Begrijpelijk want na een succesvolle start van leanificatie, wordt de waan van de dag weer leidend.
In te veel organisaties zien ze process excellence (vaak gedefinieerd als kwaliteit, continu verbeteren of nog anders) helaas als een saai, maar essentieel proces. In het ergste geval zelfs als synoniem voor banenverlies. Animo en discipline bij de medewerkers verdwijnen dan vanzelf. Een mooi onderzoek van het Process Excellence Network (PEX) laat zien dat de animo voor leanificatie (lean six sigma) daalt. Proces-professionals richten zich mogelijk te veel op tactische voordelen zoals kostenbesparingen en automatiseren van processen, leidinggevenden meer op het verbeteren van klanttevredenheid.
 

Een randje vet (met een mooi woord slack genoemd) is noodzakelijk, bijvoorbeeld om onvoorziene omstandigheden op te vangen of voor slechtere tijden. Slack geeft letterlijk ruimte op het gebied van kwaliteit, financiën of tijd. Omgekeerd geldt: hoe minder slack hoe groter de gevolgen voor kwaliteit en doorlooptijd als er iets fout gaat. Dus leanificatie is leuk, maar wel binnen bepaalde grenzen.

Hoe zullen we dan wel omgaan met leanificatie? Een aantal vragen helpen u op weg om echt te verbeteren. Deze vragen zijn een richtsnoer voor het bereiken van excellentie. Als u dat nou aanvult met de 12 gereedschappen voor leanificatie, dan moet u toch een idee krijgen. En anders helpen wij u graag op weg.
 
Met de feestdagen voor de boeg is het de uitdaging om vol te genieten van de kwaliteit van leven en tegelijk ook maat te houden. We zullen zien of dat lukt. Graag zie ik u weer volgend jaar, maar vooraleerst wens ik u een geslaagde leanificatie zonder jojo-effect!



dinsdag 11 juni 2013

Vertrouwen komt te voet en vertrekt met paardenvlees


De kwaliteitsmanager moet de focus veranderen, althans dat was de boodschap van het afgelopen Nationaal Kwaliteitscongres. Prima natuurlijk, maar er speelt nog genoeg voor de kwaliteitsmanager oude stijl.

De oogst van enkele weken:
• Paardenvlees wordt verkocht als rundvlees.
Tonnen aan producten met paardenvlees zijn inmiddels uit de handel genomen. Ook al heeft Europa de strengste normen voor voedselfraude, toch wil Brussel een hardere aanpak. Ondanks alle maatregelen zoals Integraal Ketenbeheer en het toepassen van track & trace, is het kennelijk erg moeilijk om precies te achterhalen welke routes de wagonladingen vlees volgen om uiteindelijk bij ons op het bord te belanden.

• Implantaten moet je tegenwoordig met argusogen bekijken, want een gedeelte is niet afdoende getest of van inferieure kwaliteit. Lekkende siliconen, horror heupen of knikkende knieën veroorzaken bij vele duizenden patiënten ernstige gezondheidsproblemen. De toelatingseisen voor implantaten laat te wensen over.

• Brandstofverbruik van bolides wordt getest met gladde banden en een zeer secure uitlijning. Ze leiden op de rollerbank tot 30% minder verbruik dan in de praktijk. Dan heb je weliswaar energielabel A, maar vraag je je aan de pomp wel af of jouw auto een extra grote tank heeft.

Zwangere vrouwen in Brazilië zijn misleid nadat eerder Nederlandse vrouwen hetzelfde overkwam: hun urine werd niet gebruikt voor zwangerschapsproblemen, maar om zeugen in de varkensindustrie sneller biggen te laten krijgen.

• De snelheidsduivel Fyra vertoonde na de eerste sneeuw al roestvorming en verloor onderdelen. Maar ja, volgens de leverancier mag hij dan ook onder winterse omstandigheden niet harder dan 20 km per uur en moet ie 's avonds de garage in. Het aanbevolen onderhoud zou niet zijn uitgevoerd door de exploitanten.

• Wij dragen graag goedkope kleding. Terwijl we ons nauwelijks bewust zijn van het effect. Textieldrama’s in Bangladesh, India en Pakistan maken helder dat daar textielarbeiders voor ons werken onder erbarmelijke omstandigheden.

• In het weekend een operatie ondergaan? Niet doen! Een uitgebreide Amerikaanse studie laat zien dat de kans op overlijden dan bijna een keer zo groot is.

Voldoende werk aan de winkel voor de kwaliteitsmanager dus! In alle gevallen is het schenden van het vertrouwen van consument of patiënt in het geding.

Bovenaan in de top vijf van ergernissen over bedrijven staat het niet leveren wat is beloofd. Consumenten willen eerlijk behandeld worden en niet dat hun vertrouwen wordt geschaad. Bedrijven kennen geen emoties en winst maken staat daarom regelmatig op gespannen voet met moraliteit. En dan gaat het mis. Dat komt deels omdat we in systemen werken die we zelf niet meer kunnen overzien. Mooi dat ze er zijn, maar we zijn de menselijke maat uit het oog verloren, waarin persoonlijk contact en vertrouwen centraal staan. De afstand tussen klant en producent is zo groot, dat tussen hen geen persoonlijke relaties meer bestaan. Vertrouwen bestaat juist bij de gratie van die persoonlijke relaties. Je bouwt het langzaam op, maar het kan zo weg zijn zoals bij de paardenvlees affaire. 

Bedrijven zijn gegoten in BV's en NV's. Deze kennen geen ethische normen. Systemen evenmin. Maar mensen wel. Ook daarom moeten we terug naar de menselijke maat. Kwaliteitsmanagers kunnen bedrijven helpen daar hun verantwoordelijkheid in te laten nemen, en normen en waarden te ontwikkelen die verder gaan dan winstbejag. Die uitgaan van compassie voor je vak, en voor je klanten en collega's. Naar overzichtelijke eenheden waar je met collega’s werkt aan gewaardeerde producten en diensten voor gerespecteerde klanten.

Gelukkig zijn er wel ondernemers die maatschappelijke vraagstukken willen oppakken. Hun drijfveren zijn vooral sociaal gemotiveerd en die zijn het sterkst aanwezig bij vrouwelijke ondernemers, en bij de jongste en de oudste ondernemers. Om te excelleren hoef je overigens als bedrijf maar te voldoen aan drie regels. Dat leverde een interessante studie onder 25.000 bedrijven op. De belangrijkste regel: beter gaat boven goedkoper, doe aan differentiatie. En dat kan alleen als de klant centraal staat. De focus kan dus ook anders.